Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate:
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Furosemide mag alleen intraveneus toegediend worden wanneer een snelle werking gewenst is, een orale toediening niet mogelijk of ondoeltreffend is (bijvoorbeeld wanneer de intestinale resorptie verstoord is). Het is aangeraden om de patiënt zo snel mogelijk te doen overschakelen van een intraveneuze naar een orale behandeling. De urinestroom moet gehandhaafd blijven. Bij patiënten met een gedeeltelijke urinaire obstructie (bv. bij patiënten met een moeilijke mictie, prostaat hyperplasie of met een stenose van de urethra) kan een verhoging van de urineproductie de klachten uitlokken of doen verergeren. Deze patiënten moeten strikt gevolgd worden, vooral bij het begin van de behandeling. De behandeling vereist een regelmatig medisch toezicht. Deze follow-up is vooral noodzakelijk bij patiënten: - met hypotensie; - met een hoog risico van sterke bloeddrukdaling, bijvoorbeeld bij patiënten met een ernstige vernauwing van de kransslagaders of van de bloedvaten in de hersenen; - met latente of manifeste diabetes mellitus; alhoewel het hyperglycemiërend effect bescheiden is zal de glycemie systematisch moeten gecontroleerd worden. - met jicht; de water/zoutdepletie veroorzaakt door het furosemide vermindert de urinaire excretie van urinezuur. Bij hyperuricemische patiënten kan de tendens tot jichtaanvallen verhoogd zijn. - met een hepatorenaal syndroom: functionele nierinsufficiëntie in combinatie met een leveraandoening; - met hypoproteïnemie, bijvoorbeeld in combinatie met een nefrotisch syndroom (de werking van furosemide kan verminderd worden, terwijl de ototoxiciteit kan stijgen). De dosis moet nauwkeurig aangepast worden. Het creatinine-, het natrium- en het kaliumgehalte in het serum moeten regelmatig gecontroleerd worden. De controles zijn vooral belangrijk en moeten strikt uitgevoerd worden bij patiënten met een verhoogd risico op verstoring van het elektrolytenevenwicht en bij aanzienlijk bijkomend vochtverlies (bijvoorbeeld door braken, diarree of hevige transpiratie). Er moet nagegaan worden of er geen sprake is van hypovolemie, van uitdroging alsook van eender welke ernstige verstoring van de elektrolytenbalans en van het zuur-base-evenwicht die dan dienen te worden gecorrigeerd. In dat geval kan het noodzakelijk zijn om de toediening van furosemide tijdelijk stop te zetten. Bij langdurige behandeling is een kaliumrijk dieet aangewezen. Furosemide kan nefrocalcinose/nefrolithiasis bespoedigen bij premature baby's. De toediening van furosemide aan premature baby's tijdens de eerste levensweken kan het risico van een open ductus Botalli verhogen. Het is noodzakelijk om de renale functie op te volgen en een echografie van de nieren uit te voeren. Gebruik in associatie met risperidone : In placebo-gecontroleerde studies met risperidone gebruikt bij bejaarde, demente patiënten werd een hogere incidentie van mortaliteit geobserveerd bij de patiënten die met furosemide plus riperidone werden behandeld ten opzichte van de patiënten die met risperidone alleen of met furosemide alleen werden behandeld. Voorzichtigheid is geboden en de risico's en baten van deze associatie of gelijktijdige behandeling dienen te worden afgewogen vóór hun gebruik. Ongeacht de behandeling, is dehydratatie een globale risicofactor voor de mortaliteit en dient bijgevolg vermeden te worden bij bejaarde demente patiënten (zie rubriek 4.3). Verergering of activatie van systemische lupus erythematosus is mogelijk. Symptomatische hypotensie die leidt tot duizeligheid, flauwvallen of verlies van bewustzijn kan optreden bij patiënten die zijn behandeld met furosemide, met name ouderen, bij patiënten die behandeld worden met andere medicatie die hypotensie kan veroorzaken, en bij patiënten met andere medische aandoeningen die risico lopen op hypotensie. Lasix 40 mg tabletten bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Lasix 30 mg Prolongatum bevat saccharose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als fructose-intolerantie, glucose-galactose malabsorptie of sucrase-isomaltase insufficiëntie dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken. Lasix 20 mg/2 ml oplossing voor injectie bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per ampul, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is. Lasix 30 mg Prolongatum bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per capsule, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Lasix is aangewezen bij:
nieraandoeningen of door trombose.
vochtophoping in de longen (longoedeem).
oedemen veroorzaakt door brandwonden.
vergiftiging (intoxicatie) door slaapmiddelen.
licht of matig verhoogde bloeddruk.
Welke stoffen zitten er in Lasix?
De werkzame stof in Lasix is furosemide.
Lasix 40 mg, tabletten bevat 40 mg furosemide per tablet. De andere stoffen in dit middel zijn: lactosemonohydraat, magnesiumstearaat, maïszetmeel, gepregelatiniseerd zetmeel, anhydrisch colloïdaal silicium, talk.
Lasix 20 mg/2 ml, oplossing voor injectie bevat 20 mg furosemide per ampul van 2 ml. De andere stoffen in dit middel zijn: natriumchloride, natriumhydroxide, water voor injecties.
Lasix 30 mg Prolongatum capsules met verlengde afgifte, hard bevat 30 mg furosemide per capsule. De andere stoffen in dit middel zijn: stearinezuur, gehydrateerd aluminiumoxide, schellak, maïszetmeel, polyvidone, sacharose, talk per capsule. Het lichaam van de capsule is samengesteld uit gelatine, geel ijzeroxide en titaandioxide, het hoedje van de capsule uit gelatine, geel ijzeroxide, indigokarmijn en titaandioxide.
Lasix en andere geneesmiddelen kunnen elkaars werking beïnvloeden. Dit geldt onder andere voor:
Aminoglycosiden (antibiotica) en andere geneesmiddelen die schadelijk zijn voor het oor: de schadelijke effecten van deze geneesmiddelen kunnen versterkt worden door furosemide. Omdat de gehoorschade van blijvende aard kan zijn, mogen deze geneesmiddelen enkel om ernstige medische redenen in combinatie met furosemide worden toegediend.
Chloralhydraat (een kalmerend middel): bij intraveneuze toediening (in een ader) van furosemide binnen 24 uur na de toediening van chloralhydraat zijn in geïsoleerde gevallen de volgende bijwerkingen gemeld: warmteopwellingen, zweetuitbarstingen, opwinding, misselijkheid, een verhoging van de bloeddruk en een versnelling van de hartslag. Bijgevolg is het niet aan te bevelen om furosemide gelijktijdig te gebruiken met chloralhydraat.
Cisplatine (middel tegen kanker): gelijktijdig gebruik met furosemide kan leiden tot gehoorstoornissen. Het schadelijk effect van cisplatine op de nieren kan ook verhoogd worden. Beide producten mogen dan ook niet gelijktijdig worden toegediend.
Sucralfaat (geneesmiddel gebruikt bij maagzweren): furosemide en sucralfaat mogen niet binnen 2 uur na elkaar ingenomen worden. Sucralfaat vermindert namelijk de opname van furosemide via de darmen waardoor de werking van furosemide afneemt.
Vóór het begin van een behandeling met bepaalde geneesmiddelen tegen hoge bloeddruk zal, indien mogelijk, de inname van Lasix gedurende 2 à 3 dagen onderbroken worden. Volg de aanwijzingen van uw arts.
Risperidone (middel tegen schizofrenie, ernstige agressie bij dementie en manische episodes): bij oudere, demente patiënten is voorzichtigheid geboden wanneer Lasix tegelijk met risperidone wordt toegediend. Deze combinatie mag enkel worden toegediend op instructie van de arts die de risico's en baten vooraf zal afwegen.
Levothyroxine (schildklierhormoon): een hoge dosis furosemide kan invloed hebben op de hoeveelheid schildklierhormonen in uw bloed.
Ontstekingswerende middelen, zoals middelen tegen reuma, kunnen de werking van Lasix verminderen.
Fenytoïne (middel tegen epilepsie): de combinatie van fenytoïne en furosemide kan het effect van furosemide verminderen.
Uw arts moet mogelijk uw dosis wijzigen en/of andere voorzorgsmaatregelen nemen als u het volgende geneesmiddel gebruikt:
• Aliskiren - gebruikt om hoge bloeddruk te behandelen.
Antibiotica (middelen ter voorkoming/bestrijding van bepaalde infecties): Lasix kan het toxische effect van sommige antibiotica (aminosiden, kanamycine, gentamycine, tobramycine, cefalosporines) op de nieren versterken, vooral wanneer deze producten wordt toegediend in een hoge dosis. Gehoorstoornissen kunnen in die gevallen van blijvende aard zijn.
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
De frequentie van de mogelijke bijwerkingen die hieronder worden genoemd, is gedefinieerd overeenkomstig de volgende afspraak:
zeer vaak (komt voor bij meer dan 1 op de 10 personen)
vaak (komt bij 1 tot 10 op de 100 personen voor)
soms (komt bij 1 tot 10 op de 1.000 personen voor)
zelden (komt bij 1 tot 10 op de 10.000 personen voor)
zeer zelden (komt bij minder dan 1 op de 10.000 personen voor)
niet bekend (de frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).
Volgende bijwerkingen werden beschreven:
Bloed- en lymfestelselaandoeningen
Vaak:
concentratie van het bloed (hemoconcentratie)
Soms:
Tekort aan bloedplaatjes (trombocytopenie)
Zelden:
Tekort aan witte bloedlichaampjes (leukopenie);
Toename van bepaalde cellen (eosinofiele cellen) in het bloed (eosinofilie);
Zeer zelden:
Bloedarmoede als gevolg van een te geringe aanmaak van rode bloedlichaampjes (aplastische anemie)
Bloedarmoede als gevolg van een te grote afbraak van het bloed (hemolytische anemie)
Zeer ernstige bloedafwijking (een abnormaal laag aantal witte bloedcellen in het bloed) (agranulocytose)
Immuunsysteemaandoeningen
Zelden:
Ernstige overgevoeligheidsreacties voor lichaamsvreemde stoffen (anafylactische of anafylactoïde reacties). Raadpleeg onmiddellijk de behandelende arts.
Niet bekend:
Verergering of activatie van systemische lupus erythematosus (veralgemeende ziekte van het afweersysteem).
Voedings- en stofwisselingsstoornissen
Zeer vaak:
Stoornissen in het elektrolytenevenwicht, uitdroging en verminderd bloedvolume, in het bijzonder bij oudere patiënten.
Verhoging van het creatinine en van de triglyceriden in het bloed.
Vaak:
Daling van de natrium-, chloor- en kaliumgehalten in het bloed.
Verhoging van het cholesterolgehalte in het bloed.
Verhoging van het urinezuurgehalte in het bloed wat kan leiden tot jichtaanvallen.
Verhoging van het urinevolume.
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
U bent allergisch voor sulfamiden (geneesmiddelen die de bacteriegroei remmen).
Als u lijdt aan uitdroging (dehydratatie) of een vermindering van het circulerende bloedvolume heeft (hypovolemie).
Als u een sterk verzwakte nierfunctie heeft met verminderde urineproductie die niet reageert op furosemide, de werkzame stof van dit middel.
Wanneer u een ernstige leveraandoening heeft (leverencefalopathie) waarbij precomateuze en comateuze toestanden optreden.
Als u een ernstig natriumtekort heeft in uw bloed (hyponatriëmie).
Als u een ernstig kaliumtekort heeft in uw bloed (hypokaliëmie).
Als u zwanger bent of borstvoeding geeft (zie "Zwangerschap en borstvoeding").
Furosemide gaat door de placentabarrière en mag bijgevolg niet toegediend worden aan zwangere vrouwen, behalve wanneer dat uitdrukkelijk geïndiceerd is. Bij een eventuele behandeling tijdens de zwangerschap moet de groei van de foetus strikt gevolgd worden. Lasix mag niet toegediend worden tijdens de borstvoedingsperiode aangezien furosemide in de moedermelk terechtkomt en diuretica de lactatie kunnen afremmen.
Gebruik dit geneesmiddel altijd precies zoals uw arts of apotheker u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts of apotheker.
De arts bepaalt de dosis.
Volwassenen:
Over het algemeen wordt de behandeling bij een volwassene begonnen met 1 tablet of 1 capsule, bij voorkeur 's morgens op een lege (nuchtere) maag. Bij de verdere behandeling wordt de dosis bepaald in functie van de bekomen wateruitscheiding.
Kinderen:
Voor kinderen gelden speciale doseringsrichtlijnen die voor elk kind afzonderlijk worden aangepast. Enkel de behandelende arts is bevoegd om te oordelen welke dosis uw kind dient in te nemen.
In geval van een verminderde nierfunctie zal de arts uw dosis aanpassen aan de graad van de nierfunctievermindering.
Als de opname ter hoogte van de maag en de darm verstoord is en de orale vorm daarom niet kan worden gebruikt of wanneer een vlugge werking nodig is, wordt Lasix ingespoten. Deze inspuiting gebeurt gewoonlijk in een ader (intraveneus). Uitzonderlijk kan de inspuiting in de spieren (intramusculair) gebeuren.
| CNK | 0899070 |
|---|---|
| Breedte | 85 mm |
| Lengte | 85 mm |
| Diepte | 107 mm |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |